Tips voor het gebruik van zijkanaalventilatoren

Bij de beveiliging van systemen met vacuümpompen en compressoren zijn verschillende componenten van toepassing. Om tot een hoge bedrijfszekerheid van uw pomp of ventilator te komen tonen we eerst de mechanische beveiligingen van de zijkanaalventilator, toegepast als vacuümpomp en als compressor. De zijkanaalventilator moet zowel tegen vervuilde lucht als tegen overbelasting bij te hoge druk beschermd worden. We zullen u een aantal tips geven ter ondersteuning van het beveiligingsontwerp van uw systeem.

Voorbeeldopstelling vacuümpomp

Voorbeeldopstelling compressor

Voorbeeldopstelling compressor

Tips

  1. Gebruik altijd een motorbeveiligingsschakelaar en stel deze nooit hoger in dan de nominale stroom op het typeplaatje.
  2. Een aanzuigfilter of leidingpatroonfilter voorkomt dat er vuile lucht aangezogen wordt. Het filter zal met regelmaat verschoond moeten worden. Zo wordt een te groot druk verlies met kans op overbelasting voorkomen.
  3. Een veiligheidsklep, ook wel vacuümventiel of overdrukventiel genoemd, beschermt uw systeem tegen te hoge druk. Met een veiligheidsklep is overbelasting van uw systeem te voorkomen zonder dat het proces onderbroken wordt. De instelling van de veiligheidsklep moet gecontroleerd worden aan de hand van de uit-/inlaatdruk met een manometer en aan de hand van de motorstroom. Hierbij moet 100% van de opbrengst van de ventilator door de veiligheidsklep stromen. Het vacuümventiel wordt tevens van een extra filter voorzien zodat omgevingslucht, waarin incidenteel vervuiling voor kan komen, niet tot schade aan de ventilator kan leiden.
  4. Bij het opbouwen van druk of vacuüm kan zeer veel warmte ontwikkeld worden. Houd er rekening mee dat de omgevingstemperatuur niet boven 40°C uitkomt.
  5. Wanneer men in vrije ruimte lucht aanzuigt of uitblaast helpen geluiddempers de geluidsdruk omlaag te brengen.
  6. Trillingdempers kunnen resonanties in vloeren, muren en kasten verminderen.
  7. Door een manometer te installeren kunt u de werking van uw systeem controleren en eventueel vervuilde filters detecteren.
  8. Indien er een vast leidingsysteem gebruikt wordt moet men leiding-compensatoren toepassen. Door opwarming en afkoeling van de leidingen oefenen de leidingen kracht op de ventilator uit die tot lekkage en schade kunnen leiden.
  9. Raadpleeg de gebruikershandleiding voor de service-interval en neem deze op in het onderhoudsprocedure van de installatie.
  10. Overweeg bij het ontwerp of er sprake is van explosiegevaar (ATEX 153 zone) en of het medium moet worden afgesloten van de omgeving (gasdichte uitvoering).
  11. Bij frequentieregeling is het aan te bevelen de motor met PTC ’s te beveiligen. Het hoogfrequent schakelgedrag van de frequentieregelaar zal altijd tot extra warmteontwikkeling in de ventilatormotor leiden.